Een persoon met beperkingen kan voor een individuele vervoersvoorziening in aanmerking worden gebracht indien:
aantoonbare beperkingen of problemen het de persoon met beperkingen onmogelijk maken om in de directe woon- en leefomgeving sociale contacten te onderhouden en deel te nemen aan het leven van alledag; en/of
aantoonbare beperkingen of problemen het de persoon met beperkingen onmogelijk maken om buiten de directe woon- en leefomgeving sociale contacten te onderhouden en deel te nemen aan het leven van alledag, waardoor deze persoon in een sociaal isolement of vervreemding geraakt; en
een algemene vervoersvoorziening, zoals het openbaar vervoer, niet voorziet in een snelle en adequate oplossing.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1
Recht op individuele vervoersvoorziening en primaat algemene voorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2010