Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:1

Samenstelling en bevoegdheden CRK

Onderdeel van Verordening Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2012

1.. De CRK bestaat uit tenminste 6 leden en maximaal 8 leden. Het college wijst een van hen als voorzitter aan. De commissie is ten minste deskundig op het gebied van architectuur, landschapsarchitectuur, stedenbouw, cultuurhistorie/monumentenzorg, inrichting openbare ruimte, Osse historie en kunst in de openbare ruimte. Het is mogelijk dat één lid meerdere disciplines vertegenwoordigt. Ook kan een burgerlid tot de CRK behoren. Ten slotte is het mogelijk dat één van de disciplines op afroep in de CRK vertegenwoordigd is. 2.. De commissie heeft als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over onder andere de toepassing van de Woningwet 1991, Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de gemeentelijke bouwverordening, de gemeentelijke monumentenverordening, het gemeentelijk monumentenbeleid en over het gemeentelijke cultuur en kunstbeleid. De CRK brengt op basis van de Woningwet 1991, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de gemeentelijke bouwverordening en de gemeentelijke welstandsnota het welstandsadvies uit. De CRK brengt op basis van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de gemeentelijke monumentenverordening het monumentenadvies uit. De CRK brengt op basis van de gemeentelijke beleidsnota Kunst in openbare ruimte en Kunst en Cultuur 2009 een advies uit over kunst in de openbare ruimte. 3.. De CRK adviseert over: ruimtelijke kwaliteitsaspecten van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen, landschapsplannen, beeldkwaliteitplannen en andere relevante beleidsstukken. stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. initiatieven en plannen betreffende kunst in de openbare ruimte. 4.. De CRK kan slechts welstand- , monumenten- of kunstadviezen uitbrengen indien de genoemde deskundigheid in artikel 2:2, lid 1, artikel 2:3, lid 1 en artikel 2:4, lid 1 in de vergadering aanwezig is. 5.. De CRK besluit bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 6.. In afwijking van het gestelde in lid 2, sub a kan het college ertoe besluiten de adviseringop te dragen aan de CRK Welstandskamer. 7.. In afwijking van het gestelde in lid 2, sub b kan het college ertoe besluiten de adviseringop te dragen aan de CRK Monumentenkamer. 8.. In afwijking van het gestelde in lid 2, sub c kan het college ertoe besluiten de adviseringop te dragen aan de CRK Kunstkamer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel