Het recht op bezoldiging vangt aan met de dag waarop de aanstelling
van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen
datum van ingang is vermeld, vangt het recht op bezoldiging aan met
de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.
De bezoldiging wordt maandelijks vóór of op de 20e dag van de maand
uitbetaald;
Het recht op bezoldiging eindigt, in geval van ontslag, met ingang
van de dag waarop het ontslag ingaat.