Het college neemt in het register de peuterspeelzalen op die
op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
over een vergunning op grond van de Verordening kinderopvang
<jaartal> beschikken.
Een houder van een peuterspeelzaal als bedoeld in het eerste
lid verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens die
nodig zijn voor het register.
Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een
peuterspeelzaal, leggen aan de houder binnen twee maanden na
de inwerkingtreding een verklaring omtrent het gedrag
over.
Hoofdstuk
Artikel 21
Overgangsbepaling
Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk