De burgemeester verbindt aan de vergunning voorschriften en
beperkingen, die zo nodig kunnen worden gewijzigd, aangevuld of
ingetrokken.
De in het eerste lid bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen in
elk geval betrekking hebben op:
de geldigheidsduur van de vergunning, onverminderd het
bepaalde in artikel 3, vijfde lid;
de leiding en het toezicht in de speelautomatenhal;
het toegangsregime en de toegangsregistratie in de
speelautomatenhal;
de openings- en sluitingstijden van de
speelautomatenhal;
het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld,
onverminderd het bepaalde in artikel 3, tweede lid;
de exploitatie van de speelautomatenhal;
werving en reclame;
het voorkomen van overlast;
het voorkomen en bestrijden van gokverslaving het bestrijden
van schulden.
Aan de vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden
dat:
alleen speelautomaten mogen worden opgesteld, welke in
eigendom toebehoren aan (rechts)personen die in het bezit
zijn van de in artikel 30h, eerste lid van de wet bedoelde
vergunning;
Het de vergunninghouder verboden is personen toegang te
verlenen tot de speelautomatenhal die de leeftijd van
eenentwintig jaar nog niet hebben bereikt;
Het de vergunninghouder verboden is personen toegang te
verlenen tot de speelautomatenhal waarvan niet op
deugdelijke wijze is vastgesteld dat deze leeftijd van
eenentwintig jaar hebben bereikt.
Het de vergunninghouder verboden is alcohol te schenken
Het de vergunninghouder verboden is om, om niet dranken en
etenswaren aan bezoekers te serveren.
Artikel 8
Voorschriften en beperkingen
Onderdeel van Verordening op de speelautomatenhallen Doetinchem