1 ledere werkruimte dient voorzien te zijn van een zogenaamd stil alarm.
2 De toegangsdeur van een werkruimte mag slechts afsluitbaar zijn als in het prostitutiebedrijf een, voor de overige aanwezige prostitué(e)s goed bereikbare, op die deur passende moedersleutel aanwezig is.
3 Indien de toegangsdeur van de werkruimte is gelegen in een gevel en de werkruimte niet beschikt over een besloten verbinding naar andere verblijfsruimten, dienen ten genoegen van burgemeester en wethouders maatregelen te zijn getroffen, met het oog op de veiligheid van de in de werkruimte verblijvende prostitué(e)s.
4 Ruimten in het prostitutiebedrijf waarin zich één of meer prostitué(e)s plegen te bevinden, moeten zijn voorzien van duidelijk kenbare gelegenheid tot ontvluchting indien de normale uitgangen daartoe onvoldoende zijn. Deze moeten, mede gelet op het aantal personen dat zich in die ruimte pleegt te bevinden, in aantal, in ligging en in grootte toereikend zijn om de prostitué(e)s op een zo veilig mogelijke wijze een zo veilig mogelijke plaats te doen bereiken. Vorenbedoelde gelegenheden tot ontvluchting moeten zijn vrijgehouden van obstakels.
5 De toegangsdeur(en) van een werkruimte mag/mogen alleen van binnenuit afsluitbaar zijn met een knopcilinder.
6 Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing indien een toegangsdeur van een werkruimte is gelegen aan de weg.
7 Een werkruimte waarvan de toegangsdeur is gelegen aan de weg moet in open verbinding staan met andere ruimten.
8 Indien het bepaalde in het vorige lid niet mogelijk is of niet kan worden gevergd dienen maatregelen te worden getroffen waardoor de veiligheid van de prostitué(e)s anderszins wordt gewaarborgd.
9 Het prostitutiebedrijf moet, mede ten behoeve van de prostitué(e)s, aangesloten zijn op het telefoonnet tenzij zulks redelijkerwijs niet mogelijk is.
Paragraaf 5
Artikel 12
Veiligheidsvoorzieningen prostitué(e)s
Onderdeel van Nadere Regels Seksinrichtingen