1.Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een geschiktheidsverklaring binnen
twaalf weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.
Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing éénmaal voor ten hoogste twaalf weken verdagen. Van het besluit tot verdaging wordt voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid houden burgemeester en wethouders de beslissing op de aanvraag aan indien:
voor dezelfde seksinrichting een bouwvergunning is vereist en op deze aanvraag nog niet is beslist;
op dezelfde seksinrichting een aanschrijving rust wegens strijd met de voorschriften van het Bouwbesluit of de Bouwverordening en aan die aanschrijving (nog) niet is voldaan
De in het vorige lid bedoelde aanhouding eindigt zes weken nadat op de aanvraag om een bouwvergunning is beslist of nadat is voldaan aan de aanschrijving.
Een aanvraag om een geschiktheidsverklaring wordt niet in behandeling genomen indien op een reeds eerder in behandeling genomen aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 van de APV en om een geschiktheidsverklaring nog niet is beslist.