Een persoon met beperkingen kan in aanmerking komen voor een woonvoorziening, als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, indien hij aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen en het normale gebruik of bij de bereikbaarheid van de woning.
Degene die samen met een persoon met beperkingen als leefeenheid een gezamenlijke huishouding voerde kan na het vertrek of overlijden van die persoon in aanmerking komen voor een woonvoorziening, als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, indien hij op verzoek van het college de woning verlaat zodat deze beschikbaar komt voor de doelgroep.
Een persoon met beperkingen kan in aanmerking komen voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 5.1, onderdelen b en c, indien hij aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen en het normale gebruik of bij de bereikbaarheid van de woning belemmeren en de in artikel 5.1, onderdeel a genoemde voorziening niet te realiseren is of niet de goedkoopst compenserende voorziening is;
4 Een persoon met beperkingen die in aanmerking komt voor een woonvoorziening, als bedoeld in artikel 5.1, onderdeel a, kan ervoor kiezen niet te verhuizen. In dat geval kan hij de financiële tegemoetkoming die was toegekend voor kosten van verhuizing en inrichting, aanwenden voor woonvoorzieningen van (niet) bouwkundige of (niet) woontechnische aard.
HOOFDSTUK 5
Artikel 5.3
Verhuis en inrichtingskosten, primaat van de verhuizing en (niet-) bouwkundige of (niet-)woontechnische woonvoorziening
Onderdeel van Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Ridderkerk 2012