Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolrechten 2009

1.. Onder de naam >rioolrechten= worden geheven: een recht van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtenseigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten opde gemeentelijke riolering een recht van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect opde gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2.. Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt, ingeval heteigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperktrecht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastraleregistratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtenseigendom, bezit of beperkt recht is. 3.. Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt als gebruikeraangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtenseigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een eigendom B niet een gedeelte als bedoeld in artikel 3 B tengebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.

Rechtspraak bij dit artikel