Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 20

Ontheffing van de inburgeringsplicht

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit participatievoorzieningen 2012

1.Het college is bevoegd om de inburgeringsplichtige te ontheffen van de inburgeringsplicht wanneer: er sprake is van individuele omstandigheden als genoemd in artikel 6, eerste lid WI; een het onderzoek als bedoeld in artikel 25 van de WI daartoe aanleiding geeft en; indien het college beoordeelt dat, op grond van de door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen ten aanzien van het behalen van het (inburgerings)examen binnen de in artikel 7 van de WI gestelde termijnen, het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het (inburgerings)examen te behalen. De inburgeringsplichtige dient hiertoe een schriftelijk verzoek in bij de gemeente, vanaf zes maanden voor het verstrijken van de inburgeringstermijn, vergezelt van een duidelijke motivatie; Het college kan de termijn van zes maanden voor het verstrijken van de inburgeringstermijn buiten toepassing laten, indien toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard; het college van oordeel is dat een inburgeringsplichtige aantoonbaar voldoende is ingeburgerd. De inburgeringsplichtige dient hiertoe een gemotiveerd schriftelijk verzoek in bij de gemeente. De gemeente toetst op de criteria (vrijwilligers)werkervaring, opleidingsniveau en taalniveau.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel