Gelet op de artikelen 8a en 10a van de Verordening Participatievoorzieningen 2012
Het college biedt aan een uitkeringsgerechtigde de voorziening ‘tegenprestatie’ aan en stemt dit aanbod af op het vermogen van de klant en de beschikbare ‘tegenprestatie’-voorzieningen.
Het college zet de voorziening ‘tegenprestatie’ in wanneer aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de uitkeringsgerechtigde pas op (middel)lange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk.
‘Tegenprestatie’ kan uitsluitend worden verricht bij organisaties zonder winstoogmerk en voor zover door de plaatsing geen reguliere arbeidsplaats wordt verdrongen.
Desgewenst kan het college vrijwilligerswerk aanmerken als ‘tegenprestatie’. Voorwaarde hiervoor is dat de tijdsinvestering in het vrijwilligerswerk overeenstemt met de beschikbaarheid die van de uitkeringsgerechtigde redelijkerwijze verwacht mag worden.
HOOFDSTUK II
Artikel 9.
Tegenprestatie
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit participatievoorzieningen 2012