In deze verordening wordt verstaan onder:
Afdeling: elke organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college.
Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Opsterland en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
Investeringen met economisch nut: investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Uitzondering hierop zijn kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde, deze worden niet geactiveerd.
Investeringen met maatschappelijk nut: alle investeringen die niet vallen onder de onder punt c genoemde investeringen.
Technische levensduur: de periode dat een actief (bijvoorbeeld een machine) in staat is te produceren. Het actief is aan het einde van de technische levensduur versleten of kapot.
Economische levensduur: de maximale periode waarin een actief (bijvoorbeeld een machine) economisch verantwoord kan worden gebruikt.
Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen rechten van de gemeente Opsterland.
Doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen.
Doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.
Rechtmatigheid: het handelen in overeenstemming met wet- en regelgeving, waaronder ook begrepen zijn de gemeentelijke verordeningen, raads- en collegebesluiten.
Incidenteel/periodiek: een looptijd die niet langer is dan vier jaar.
Restantkredieten: kredieten van lopende projecten/investering die nog niet tot volledige besteding zijn gekomen.
Componentenbenadering: verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief worden afzonderlijk afgeschreven op basis van het individuele waardeverloop van die delen.
Grote projecten: dit zijn projecten:
met een totaal investeringsbedrag van minimaal € 1 miljoen;
die politiek gevoelig zijn;
met veel risico’s.
2. Begroting en verantwoording