Voor openstaande vorderingen, wordt bij de jaarrekening, betreffende:
onroerende zaakbelasting
rioolrechten;
afvalstoffenheffing;
toeristenbelasting
met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 10.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.
Het historische percentage van oninbaarheid wordt bepaald op basis van de werkelijke oninbaarheid van de laatste drie jaren voorafgaande aan het verantwoordingsjaar.
Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
Artikel 8.
Voorziening voor oninbare vorderingen
Onderdeel van Financiële verordening Opsterland 2012