Er is sprake van leegstand in een lesgebouw:
wanneer het betreft een gebouw van een school voor basisonderwijs, indien uit
de vergelijking van het aantal groepen zoals berekend op basis van bijlage III,
deel B en de capaciteit van het gebouw zoals vastgesteld op basis van bijlage
III, deel A, blijkt dat er ten minste één leslokaal niet nodig is voor de daar
gevestigde school of scholen;
wanneer het betreft een gebouw van een school voor voortgezet onderwijs,
indien uit de vergelijking van de ruimtebehoefte zoals berekend op basis van
bijlage III, deel B en de capaciteit van het gebouw zoals vastgesteld op basis
van bijlage III, deel A blijkt dat er een overschot is aan vierkante meters
bruto-vloeroppervlakte tenzij het bevoegd gezag op basis van het lesrooster of
de lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar aantoont dat er
binnen het overschot aan vierkante meters bruto-vloeroppervlakte geen sprake is
van onderbenutting van de onderwijsruimten.
wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt door een of meer scholen
voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs, indien de som van de
berekeningswijzen genoemd onder a en b een aantal klokuren lager dan 40
oplevert.
HOOFDSTUK 5 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 30
Omschrijving leegstand
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Olst-Wijhe 2012