In deze verordening wordt verstaan onder:
a.bouwwerk:
bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening;
b.gebouw:
gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;
c.handelsreclame:
iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
d.openbare plaats:
een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder h;
e.openbaar water:
water dat voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk is;
f.rechthebbende:
degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
g.speelplaats:
een openbare plaats die ingericht is voor spel of sport door kinderen (inclusief de ter plaatse staande bankjes); tot speelplaatsen behoren in ieder geval speeltuinen, schoolpleinen, cruyff-courts, skatebanen en basketbalvelden;
h.weg:
weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.