Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Eigen bijdrage

Onderdeel van Participatie verordening

1.. Het college kan aan de niet-uitkeringsgerechtigde tussen de 27 en 65 jaar een traject aanbieden, indien deze niet beschikt over een startkwalificatie voor duurzame arbeidsinschakeling of die geen actuele startkwalificatie heeft voor duurzame arbeidsinschakeling. 2.. De niet-uitkeringsgerechtigde die aanspraak maakt op ondersteuning, als bedoeld in artikel 4, kan een eigen bijdrage worden opgelegd. 3.. De niet-uitkeringsgerechtigde die, al dan niet tezamen met een partner, een inkomen heeft hoger dan 1,6 maal de voor zijn situatie van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt een eigen bijdrage in rekening gebracht. Voor de eerste € 2.500,-- bedraagt de eigen bijdrage 50%. Voor het meerdere (boven de € 2500,-- ) wordt er 25% van de scholingskosten berekend. 4.. De niet-uitkeringsgerechtigde die een vermogen heeft dat meer bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens voor bijstandsgerechtigden, komt niet in aanmerking voor ondersteuning door de gemeente. Tenzij het vermogen enkel uit onroerend goed bestaat en de niet-uitkeringsgerechtigde zijn onroerend goed verkoopt om maandelijks een inkomen rond bijstandsniveau te verwerven. 5.. De eigen bijdrage die is opgelegd in het kader van de wet inburgering op grond van artikel 23 tweede lid wet inburgering wordt na het behalen van het inburgeringsdiploma of bij vrijstelling van de inburgeringsverplichting ambtshalve kwijtgescholden door het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel