Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Verhogingscriteria

Onderdeel van Toeslagenverordening WWB gemeente Alkmaar

De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt: 20% van de gezinsnorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft en die daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen; van de gezinsnorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft en daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen. Voor de toepassing van dit artikel wordt een kind als bedoeld in artikel 4, tweede lid van de wet niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. Een dak- of thuisloze heeft geen recht op een toeslag. In afwijking van het eerste lid heeft een alleenstaande van 21 jaar geen recht op een toeslag. In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 22 jaar 10% van de gezinsnorm indien in de woning van de alleenstaande geen ander zijn hoofdverblijf heeft en hij daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen. Indien de alleenstaande zijn hoofdverblijf met één of meer anderen in dezelfde woning heeft en daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen, heeft hij geen recht op een toeslag. In afwijking van het gestelde onder het derde lid kan een dak- en thuisloze in aanmerking komen voor een toeslag van 10 % van de gezinsnorm als hij aantoonbare woonkosten heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel