Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Verhogingscriteria

Onderdeel van Toeslagenverordening WWB gemeente Alkmaar

De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt: 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft en die daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen; van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft en daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: kinderen van 18 jaar en ouder voor zover zij studiefinanciering ontvangen op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en hun verdere inkomsten dusdanig beperkt zijn dat zij in combinatie met de studiefinanciering het bedrag genoemd in artikel 3.18 WSF2000 niet overschrijden. Een dak- of thuisloze heeft geen recht op een toeslag. In afwijking van het eerste lid heeft een alleenstaande van 21 jaar geen recht op een toeslag. In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 22 jaar 10% van de gehuwdennorm indien in de woning van de alleenstaande geen ander zijn hoofdverblijf heeft en hij daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen. Indien de alleenstaande zijn hoofdverblijf met één of meer anderen in dezelfde woning heeft en daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen, heeft hij geen recht op een toeslag. In afwijking van het gestelde onder het derde lid kan een dak- en thuisloze in aanmerking komen voor een toeslag van 10 % van de gehuwdennorm als hij aantoonbare woonkosten heeft.

Rechtspraak bij dit artikel