De subsidie valt uiteen in twee delen, te weten een jaarlijks terugkerende subsidie afhankelijk van het aantal jeugdleden (hierna te noemen: de 'waarderingssubsidie') en een subsidie die kan worden aangevraagd op basis van speciaal hiertoe in te dienen activiteitenplannen om de sportbeoefening door de jeugd te stimuleren (hierna te noemen: de 'incidentele subsidie'). Buiten de algemene- en slotbepalingen zijn voor de waarderingssubsidie de artikelen 7 & 8 van toepassing en voor de incidentele subsidie de artikelen 9, 10, 11, 12 & 13.