Deze verordening, gebaseerd op artikel 3.30, lid 1 van de Wet ruimtelijke
ordening, is alleen van toepassing op het coördineren van de voorbereiding
van een besluit om een bestemmingsplan vast te stellen met het besluit over
één of meer daarmee samenhangende omgevingsvergunningen, al dan niet met aan
de omgevingsvergunning en/of aan het bestemmingsplan gerelateerde
vergunningen en ontheffingen als bedoeld in artikel 3.