Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 13

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in het kader van de WWB

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Bergen 2012

1.. Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt de bijstand afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand. 2.. Onverminderd artikel 2, tweede lid van deze verordening, wordt de afstemming op de volgende wijze vastgesteld. bij een periode van 3 maanden of korter: 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand; bij een periode van 3 tot 6 maanden: 10% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden; bij een periode van 6 maanden en langer: 10% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden. 3.. Onverminderd artikel 2, tweede lid van deze verordening, wordt de afstemming van de bijstand op 100% gedurende één maand vastgesteld bij het door eigen toedoen verwijtbaar niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder mede wordt verstaan gesubsidieerde arbeid en work-first. 4.. Onverminderd artikel 2, tweede lid van deze verordening, wordt de van toepassing zijnde bijstandsnorm met 20% afgestemd bij het ongenoegzaam interen op het vermogen gedurende het aantal maanden dat te snel op het vermogen is ingeteerd. 5.. Indien een belanghebbende de verleende bijzondere bijstand niet besteed heeft aan het doel waarvoor hij deze bijstand heeft gevraagd, wordt met inachtneming van artikel 2 lid 2 van deze verordening overgaan tot afstemming van 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand. 6.. Het percentage van de afstemming of de duur van de afstemming wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de bijstand is afgestemd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging in lid 2 het percentage, in lid 3 en 4 de duur en lid 5 het percentage. Met een besluit waarmee de bijstandsnorm is afgestemd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede en derde lid van deze verordening. 7.. In afwijking van de voorgaande leden wordt de bijzondere bijstand geweigerd, indien het beroep op bijzondere bijstand het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel