1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving/aanslag als
bedoeld in artikel 6:
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
kennisgeving;
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de
kennisgeving/aanslag dan wel in geval van toezending daarvan,
binnen 14 dagen na de dagtekening van de
kennisgeving/aanslag;
in de in het tweede lid genoemde gevallen kunnen burgemeester en
wethouders vorderen, dat ter voldoening van de verschuldigde
leges een voorlopig gevorderd bedrag wordt betaald.
Bedoeld bedrag wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarop het
te vorderen bedrag van de leges vermoedelijk zal worden
vastgesteld;
het voorlopig gevorderde bedrag wordt in mindering gebracht op
het vastgestelde gevorderde bedrag van de verschuldigde
leges.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een
belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een
bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige
toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de
vaststelling van de aanslag.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van leges 1 oktober 2010