Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren

1.. Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2.. De maatregel bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze vastgesteld: bij een benadelingsbedrag tot € 500,-: 15 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 500,- tot € 1.000,-: 20 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-: 30 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 3.000,-: 40 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 3.000,- tot € 4.000,-: 50 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- tot € 5.000,-: 60 procent van de WIJ-norm; bij een benadelingsbedrag van € 5.000 of meer: 70 procent van de WIJ-norm. 3.. De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een maand. 4.. In afwijking van het derde lid kan de duur van de maatregel worden verdubbeld, indien de jongere binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw één van de verplichtingen bedoeld in artikel 44, eerste lid van de wet schendt. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld de mededeling om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. 5.. Van een maatregel wordt afgezien: zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen; zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel