De ondersteuningsvrager, kan voor de in artikel 2.1 sub a. genoemde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of
problemen bij de uitvoering van de mantelzorghet zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan oplossen.
Een ondersteuningsvrager, kan voor de in artikel 2.1. onder b en c vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht indien
de in artikel 2.1. onder a vermelde voorziening een onvoldoende oplossing biedt of
niet beschikbaar is.
Bij de bepaling van de omvang van hulp bij het huishouden wordt rekening gehouden met gebruikelijke zorg, zoals omschreven in de beleidsregels, die niet voor vergoeding in aanmerking komt, alsmede tijdsnormeringen,zoals opgenomen in het protocol Huishoudelijke Verzorging van het CIZ, 2005.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Recht op hulp bij het huishouden
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Haarlemmermeer 2009