Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 6

Artikel 3.16

Kosten in verband met tijdelijke huisvesting

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Haarlemmermeer 2009

1.. Het College kan een persoonsgebonden budget voor de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen die door de ondersteuningsvrager moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van: zijn huidige woonruimte; de door de ondersteuningsvrager nog te betrekken woonruimte. 2.. Het persoonsgebonden budget als bedoeld onder a. en b. wordt verleend uitsluitend voor de periode dat de aan te passen woonruimte door het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en de ondersteuningsvrager als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan. 3.. Het College verleent slechts een persoonsgebonden budget voor de kosten van tijdelijke huisvesting als de ondersteuningsvrager redelijkerwijs niet kan voorkomen dat hij dubbele woonlasten heeft. 4.. Het College verleent maximaal zes maanden een persoonsgebonden budget voor de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid. 5.. Het College verleent uitsluitend een persoonsgebonden budget voor de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid als deze kosten gemaakt worden in verband met het tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte; tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte, of langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. 6.. De hoogte van het persoonsgebonden budget bedraagt de werkelijke kosten van huur van de ondersteuningsvrager voor de door hem bewoonde woonruimte (minus de huurtoeslag), doch maximaal het bedrag van de maximale subsidiabele huurprijs op grond van de Wet op de huurtoeslag.

Rechtspraak bij dit artikel