Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Het recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Haarlemmermeer 2009

1.. Een ondersteuningsvrager kan voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, sub a, in aanmerking worden gebracht indien en voor zover aantoonbare beperkingen of problemen als gevolg van ziekte of gebrek het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van dit openbaar vervoer onmogelijk maken; sprake is van een zelfstandige vervoersbehoefte 2.. Een ondersteuningsvrager kan voor een vervoersvoorziening als in artikel 5.1, eerste lid, onder b, c, of d vermeld, in aanmerking worden gebracht indien en voor zover aantoonbare beperkingen of problemen als gevolg van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld onder artikel 5. eerste lid, onder a. onmogelijk maken; een collectief systeem als bedoeld onder artikel 5, eerste lid onder a. niet aanwezig is; er sprake is van een zelfstandige vervoersbehoefte en 3.. Het College kan nadere regels stellen met betrekking tot het bepaalde in het tweede lid. 4.. Er wordt geen financiële tegemoetkoming voor een vervoersvoorziening als bedoeld onder artikel 5.1, eerste lid , onder d, sub 1., 2. en 3. verstrekt als het inkomen van een ongehuwde ondersteuningsvrager of het gezamenlijke inkomen van een gehuwde of samenwonende ondersteuningsvrager meer bedraagt dan 1,5 maal de in het Besluit voor de diverse categorieën genoemde inkomensgrenzen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel