De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit
zijn midden benoemd. Indien de behoefte hiertoe ontstaat, kan –
in afwijking van artikel 6, lid 1 – door de raad op basis van
roulatie tussen de fracties, tussentijds een andere voorzitter
worden benoemd. Ontslag en benoeming van de voorzitter vindt
overigens plaats conform het hieromtrent bepaalde in artikel
6.
De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.
De voorzitter is belast met:
het leiden van de vergadering;
het handhaven van de orde;
het doen naleven van deze verordening;
hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.