Deze verordening verstaat onder:
a begraafplaats: de begraafplaatsen Papesteeg, Lingedijk, Kloosterhof, Drumpt, Voor de Kijkuit,
Kapel-Avezaath, Wadenoyen en Zennewijnen;
b eigen huurgraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of
rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
– het doen begraven en begraven houden van lijken;
– het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
– het doen verstrooien van as;
d algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt
geboden tot het doen begraven van lijken;
e eigen urnenhuurgraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor voor bepaalde of
onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot:
– het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
– het doen verstrooien van as;
f urnennis: een nis, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het
doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen;
g asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
h urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
i verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan
wel een plaats waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen
verstrooien.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2002