**5.1.** Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Een politieke ambtsdrager is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden.
**5.2.** Een politieke ambtsdrager declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.
**5.3.** Een declaratie wordt ingediend door middel van een formulier, waarvan het model door het college wordt vastgesteld. Bij het formulier worden de originele bewijsstukken gevoegd en op het formulier wordt de functionaliteit van de uitgave vermeld.
**5.4.** Gemaakte kosten worden binnen twee maanden gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden, voorzover mogelijk, binnen een maand afgerekend.
**5.5.** Het declaratieformulier wordt, indien het een collegelid betreft, bij de secretaris en, indien het een raadslid dan wel een burgerlid betreft, bij de griffier ingediend. De secretaris respectievelijk de griffier is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van de declaraties. De administratieve afhandeling geschiedt door een daartoe door de secretaris aangewezen ambtenaar.
**5.6.** In geval van twijfel omtrent een declaratie of over het correct gebruiken van een creditcard door een lid van het college, wordt dit voorgelegd aan de burgemeester en zonodig ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Ingeval van twijfel omtrent een declaratie van een raadslid of een burgerlid, wordt dit voorgelegd aan het presidium.
**5.7.** Een politieke ambtsdrager die het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het college respectievelijk het presidium. Het gemeentelijke belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. Indien het toestemming aan een lid van het college betreft wordt de raad van de besluitvorming in het college aan de orde gesteld.
**5.8.** Een politieke ambtsdrager meldt het voornemen tot een buitenlandse reis of een uitnodiging daartoe in het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt en verschaft daarbij informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
**5.9.** Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van de politieke ambtsdrager naar en in het buitenland is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken.
**5.10.** Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming betrokken.
**5.11.** Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de politieke ambtsdrager.
**5.12.** Gebruik van gemeentelijke eigendommen of – voorzieningen voor privé-doeleinden is niet toegestaan, tenzij het betreft de bruikleen van een fax, mobiele telefoon en computer die mede voor privé-doeleinden kunnen worden gebruikt.
**5.13.** Het college kan bepalen dat leden van het college voor hun dienstreizen gebruiken maken van een dienstauto (met of zonder chauffeur) en dat van de dienstauto gebruik kan worden gemaakt voor woon-werkverkeer of voor de uitoefening van q.q.-nevenfuncties.
Deel II
Artikel 5
Bestuurlijke uitgaven, onkostenvergoedingen, buitenlandse reizen en voorzieningen
Onderdeel van Gedragscode politieke ambtsdragers