Een instelling die in structurele zin subsidie ontvangt kan, wanneer het college daarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming heeft verleend, onder voorwaarden een egalisatiereserve vormen die (mede) is opgebouwd uit gemeentelijke subsidiegelden. Het college geeft bij de schriftelijke toestemming bedoeld in de vorige volzin ook aan welke vermogensbestanddelen tot de egalisatiereserve gerekend worden.
Het vormen dan wel het voeden van een egalisatiereserve met gemeentelijke subsidiegelden, is uitsluitend mogelijk wanneer er bij de structureel gesubsidieerde instelling sprake is van een positief jaarresultaat. Dit voor zover dat niet wordt veroorzaakt door het niet, of slechts gedeeltelijk uitvoeren van activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.
De maximale hoogte van de egalisatiereserve bedraagt:
Bij instellingen die waarderingssubsidie ontvangen maximaal 10% van de structurele subsidiegelden die de instelling in het betreffende boekjaar van de gemeente heeft ontvangen, vermeerderd met dat deel van de egalisatiereserve dat gevormd is door andere inkomsten.
Bij instellingen die een budgetsubsidie ontvangen een door het college vast te stellen percentage. Dit percentage is mede gerelateerd aan de hoogte van andere inkomsten dan subsidie, doch bedraagt nooit meer dan 50% van de structurele subsidiegelden. 4. Indien op enig moment een instelling een egalisatiereserve heeft die hoger is dan de onder lid 3 onder a of b genoemde percentages, leidt dit tot terugvordering van het meerdere, eventueel verrekend met dat deel van de egalisatiereserve dat gevormd is door andere inkomsten.
Bestemmingsreserve.