Een instelling die verplichtingen heeft ten aanzien van het groot planmatig onderhoud van gebouwen, kan, wanneer het college daarvoor voorafgaande schriftelijke toestemming heeft verleend, onder voorwaarden een voorziening vormen die (mede) is opgebouwd uit gemeentelijke subsidiegelden.
Artikel 4:41 van de wet is van toepassing. De hoogte van de vergoeding als bedoeld in artikel 4:41 lid 1 sub b. wordt met toepassing van de artikelen 3:2 en 3:4 van de wet door het college vastgesteld.
Een voorziening kan gevormd worden voor toekomstige kosten die een periode van tenminste twee jaar omvatten en:
Niet binnen de jaarlijkse exploitatie of via de egalisatiereserve opgevangen kunnen worden, en
Nu reeds te voorzien zijn, en
Onvermijdelijk zijn, en
Hun oorzaak in het verleden hebben, en
Kwantificeerbaar / berekenbaar zijn.
Een voorziening kan in ieder geval niet worden gevormd voor:
De kosten samenhangend met ziekte van werknemers.
Reeds ontvangen maar nog niet volledig bestede subsidiegelden.
Het verzoek om toestemming voor het vormen van een voorziening bevat een plan waarin in ieder gevai de volgende gegevens zijn opgenomen:
Het doel van de voorziening.
De onderbouwing van de noodzakelijke maximale hoogte van de voorziening.
Een planmatige onderbouwing van de meerjarige opbouw van en onttrekkingen uit de voorziening.
Het college kan daarnaast aanvullende gegevens verlangen.
Het toestaan van het vormen van een voorziening, die (mede) is opgebouwd uit gemeentelijke subsidiemiddelen, gebeurt onder de voorwaarde dat het onderliggende plan, zoals bedoeld in Nd 5, is goedgekeurd.
Voor het in afwijking van het goedgekeurde plan toevoegen van subsidiegelden of het in afwijking van het goedgekeurde plan onttrekken van subsidiegelden aan de voorziening, is voorafgaand schriftelijke toestemming nodig van het college.
Afschrijvingen.