Als één ruimte wordt aangemerkt:
a.
een binnen de gemeente gelegen ruimte.
b.
een gedeelte van een onder a. bedoelde ruimte dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
c.
een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of onder b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
d.
het binnen de gemeente gelegen deel van een onder a bedoelde ruimte, van een onder b bedoeld gedeelte daarvan of van een onder c bedoeld samenstel.
Artikel 3.
Belastingobject
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2012