Gelet op afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 16, eerste lid, van de verordening, worden personen aangewezen die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de verordening bepaalde voor het gehele grondgebied van de gemeente. De toezichthoudende bevoegdheden die uit de Algemene wet bestuursrecht voortvloeien gelden onverkort.
In het geval door de gemeente ter plaatse geconstateerd wordt dat een werk in uitvoering is zonder dat de vereiste instemming of vergunning is verleend, en het werk valt niet onder spoedeisend werk/calamiteit, kan de gemeentelijk vertegenwoordiger een beschikking uitreiken aan de grondroerder, waarbij de grondroerder direct het opbreek-, graaf- en legwerk moet staken dan wel kan deze grondroerder de verplichting opgelegd krijgen om de ondergrond, verharding en openbare ruimte in het werkingsgebied van de betreffende instemming of vergunning weer in de oorspronkelijke staat terug te brengen.
De in het tweede lid genoemde bevoegdheid tot het stil leggen van werk is eveneens van toepassing indien:
aanwijzingen en geboden die door vertegenwoordigers van de gemeente worden gegeven niet onverwijld worden opgevolgd;
uitvoerend personeel van grondroerder zich onbehoorlijk, kwetsend en/of overlastgevend gedraagt;
er onacceptabele verkeershinder en/of gevaarzetting voor het publiek ontstaat.
Indien de netbeheerder bij de in het tweede en derde lid genoemde vorderingen op eerste aanzegging in gebreke blijft zal de gemeente de benodigde werkzaamheden (laten) uitvoeren. Alle kosten en gevolgen terzake, alsmede de kosten voortvloeiend uit de opschorting en eventuele verdere herstelverplichtingen worden verhaald op de netbeheerder.
Artikel 10.
Toezicht en handhaving
Onderdeel van Nadere regels inzake de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren 2012 van de gemeente Oosterhout