Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de
melding of aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van
deze verordening. Betreft het een melding of aanvraag waarbij
meer grondeigenaren/beheerders zijn betrokken, dan wordt de
beslissing pas genomen als deze andere toestemmingen verkregen
en overlegd zijn.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel,
houdt het college de beslissing aan, indien er in verband met de
werkzaamheden een omgevingsvergunning als bedoeld in de ‘Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht’ is
vereist, tenzij de beschikking op een aanvraag van genoemde
vergunningen al is gegeven, en de in artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht genoemde
termijn is verstreken zonder dat bezwaren zijn ingediend. Deze
aanhouding eindigt na afloop van de bezwarentermijn, tenzij er
bezwaren zijn ingediend en tevens is verzocht om een voorlopige
voorziening; in dat geval eindigt de aanhouding met ingang van
de dag nadat op dat verzoek is beslist.
Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden
gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt
het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel
tegemoet kan worden gezien.
Binnen 12 maanden na verlening van het instemmingsbesluit of van
de vergunning moeten de werkzaamheden zijn voltooid, tenzij
anders is bepaald. De geldigheidsduur kan door het college met
maximaal 6 maanden worden verlengd, na een schriftelijk met
redenen omkleed verzoek.
Het instemmingsbesluit of de vergunning vervalt indien de
netbeheerder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik
meer daarvan te willen maken.
Hoofdstuk
Artikel 7.
Beslistermijnen en geldigheidsduur
Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren van de gemeente Oosterhout 2012