De uitoefening van het verleende bestuurlijk of ambtelijk mandaat geschiedt met inachtneming van het
volgende:
Bij afwezigheid van de gemandateerde is de plaatsvervanger bevoegd.
Een gemandateerde stelt Gedeputeerde Staten, dan wel het betrokken lid van Gedeputeerde
Staten in kennis van zaken of van door hem genomen beslissingen, waarvan hij redelijkerwijze
moet aannemen dat deze informatie bevat waarvan kennisneming door Gedeputeerde Staten dan
wel het betrokken lid van Gedeputeerde Staten van belang is.
Artikel 6
Voorwaarden uitoefening mandaat
Onderdeel van Bevoegdhedenbesluit Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen 2010