Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 13.

Beoordeling aanvraag marktorganisatievergunning

Onderdeel van Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Westerveld 2012

1.. Het college rangschikt de aanvragen voor vergunningverlening waarbij een vergunningaanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate de aanvraag naar het oordeel van het college een grotere bijdrage levert aan de belangen die deze verordening beschermd. Daarbij betrekt het college in ieder geval de mate waarin de continuïteit, kwaliteit en doelmatigheid van de organisatie van de markt is gewaarborgd. 2.. Volgens de rangschikking, bedoeld in het tweede lid, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor een vergunning in aanmerking. 3.. Indien het college gerede twijfel heeft ten aanzien van de integriteit van de hoogst gerangschikte aanvrager, kan het college de aanvrager verzoeken een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen te overleggen, of indien het een buitenlandse rechtspersoon betreft, een document dat ten minste gelijkwaardig is. Indien een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen dan wel een vergelijkbaar document niet kan worden overlegd, kan het college besluiten de vergunning niet te verlenen. 4.. Indien de vergunningaanvraag niet voldoet aan de vereisten zoals genoemd in de artikelen 11 en 12, kan het college besluiten de vergunning niet te verlenen. 5.. Indien er voor een locatie al een vergunning is verleend aan een andere rechtspersoon dan de aanvrager en de duur van deze vergunning nog niet is verstreken, of het in artikel 2, lid 2 maximaal te verlenen aantal marktorganisatievergunningen is verleend, dan weigert het college de vergunningaanvraag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel