Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland 2007

1.. De bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 21 van de wet, of de toeslag, als bedoeld in artikel 25van de wet, wordt lager vastgesteld indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of degehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin debijstandsnorm of toeslag voorziet, als gevolg van het bewonen van een woning waaraan geenkosten zijn verbonden. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van het netto minimumloon indiener in het geheel geen woonkosten zijn. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het netto minimumloon indieneen hypotheekvrije eigendomswoning wordt bewoond. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van het netto minimumloon indieneen kraakpand wordt bewoond. De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het netto minimumloon indieneen zwervend bestaan wordt geleid en dientengevolge geen aantoonbare woonlastenaanwezig zijn. 2.. De in het eerste lid bedoelde verlaging vindt bij voorrang plaats op de toeslag.

Rechtspraak bij dit artikel