**1..** De bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 21 van de wet, of de
toeslag, als bedoeld in artikel 25van de wet, wordt lager
vastgesteld indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of
degehuwde lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft
dan waarin debijstandsnorm of toeslag voorziet, als gevolg van het
bewonen van een woning waaraan geenkosten zijn verbonden.
De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van
het netto minimumloon indiener in het geheel geen woonkosten
zijn.
De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van
het netto minimumloon indieneen hypotheekvrije
eigendomswoning wordt bewoond.
De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van
het netto minimumloon indieneen kraakpand wordt
bewoond.
De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van
het netto minimumloon indieneen zwervend bestaan wordt
geleid en dientengevolge geen aantoonbare woonlastenaanwezig
zijn.
**2..** De in het eerste lid bedoelde verlaging vindt bij voorrang plaats op
de toeslag.
Hoofdstuk 4
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen bijstand Wormerland 2007