De op de graven geplaatste gedenktekens en aangebrachte beplantingen moeten door de vergunninghouder behoorlijk warden onderhouden. Hiertoe behoort het schoonhouden en verzorgen, alsmede het zonodig herstellen, vernieuwen of vervangen van het gedenkteken, de grafbeplanting of onderdelen daarvan.
Wanneer burgemeester en wethouders blijkt dat de vergunninghouder de in het 1e lid opgelegde verplichting niet naar behoren nakomt, brengen zij hem/haar schriftelijk hiervan op de hoogte en stellen hem/haar in de gelegenheid binnen een door hen te bepalen termijn voor beter onderhoud zorg te dragen. Indien binnen de gestelde termijn hieraan niet wordt voldaan ofwel indien naderhand opnieuw nalatigheid wordt geconstateerd, trekken burgemeester en wethouders de verleende vergunning in.
De voormalige vergunninghouder is alsdan verplicht binnen één maand, nadat hem het besluit van burgemeester en wethouders schriftelijk is medegedeeld, zorg te dragen voor verwijdering van het gedenkteken of van de grafbeplanting.Wordt hieraan niet voldaan, dan vindt verwijdering plaats van gemeentewege en vervalt het verwijderde aan de gemeente.
Losse bloemen, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door het personeel, zonder voorafgaande waarschuwing, worden verwijderd.
AANSPRAKELIJKHEID VOOR GEDENKTEKENS
Artikel 22
Artikel 22
Onderdeel van Verordening op het gebruik en het beheer van de Algemene Begraafplaats van de gemeente Bunnik