Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Gevallen waarin besluiten worden gecoördineerd

Onderdeel van Coordinatieverordening Baarle-Nassau 2012

In de volgende gevallen en onder de volgende condities bevordert het college van burgemeester en wethouders een gecoördineerde voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 2 en 3: het besluit over een aanvraag om een omgevingsvergunning, die op het moment van indienen op grond van artikel 2.10, lid 1, sub c of artikel 2.11 lid 1 van de Wabo geweigerd zou moeten worden en die slechts op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo kan worden verleend, en het besluit over het bestemmingsplan, uitwerkingsplan of wijzigingsplan dat de omgevingsvergunning mogelijk maakt, maken tenminste deel uit van de te coördineren besluiten; en een ander besluit, als dat bij de coördinatie wordt betrokken, is genoemd in artikel 3 en houdt verband met de aanvraag of met het bestemmingsplan als bedoeld onder a; en door of namens het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat het besluit als bedoeld onder b gecoördineerd kan worden voorbereid; en door of namens het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat zich geen belemmering als bedoeld in artikel 5 voordoet; en de aanvrager heeft verzocht om een wijziging van het bestemmingsplan en zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de gecoördineerde voorbereiding en met de gevolgen die dat voor de aanvrager heeft; en de aanvraag bedoeld in lid a betreft een of meer van de volgende activiteiten: het realiseren van een project dat is opgenomen in een structuurvisie; het bouwen of verbeteren van woningen; het realiseren van nutsvoorzieningen; het realiseren van maatschappelijke voorzieningen; het renoveren van bedrijven; het realiseren van infrastructurele werken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel