In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet:
de Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) en de Wet
structuur;
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI);
bijstand:
algemene en bijzondere bijstand;
algemene bijstand:
de bijstand ter voorziening in de algemeen
noodzakelijke kosten
van het bestaan;
bijstandsnorm:
de bijstandsnorm bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf
3.2 en 3.3 van de Wet
werk en bijstand;
bijzondere bijstand:
de bijstand bedoeld in artikel 35, eerste lid, van
de Wet werk en
bijstand;
langdurigheidstoeslag:
de toeslag bedoeld in artikel 36 van de Wet werk en
bijstand;
maatregel:
de verlaging van de bijstand wegens het niet
nakomen of nietvoldoende nakomen van de
verplichtingen verbonden aan de
bijstand;
belanghebbende:
degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken;
inlichtingenplicht:
de verplichting bedoeld in artikel 17, eerste lid,
van de Wet werk
en bijstand;
zelfstandige:
de belanghebbende bedoeld in artikel 1, sub b, van
het Besluit
bijstandsverlening zelfstandigen 2004;
college:
het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente.