Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Hondenbelasting 2010

De belasting wordt niet geheven terzake van honden: 1. beneden de leeftijd van twee maanden, voor zover deze honden niet op de openbare weg komen; 2. a. die uitsluitend dienen om blinden op de openbare weg te geleiden; b. die door het Rijk erkende stichtingen als zgn. assistentiehond zijn opgeleid en als zodanig zijn erkend, zoals naast blindengeleidehonden, signaalhonden en hulphonden voor gehandicapten: 3. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma der Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen; 4. die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centrale register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; 5. boven het getal van drie, voor zover uitsluitend ten verkoop in voorraad gehouden door een houder in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk inrichting is opgenomen in het centrale register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; 6. boven het getal van drie, gehouden door kennelhouders die als zodanig zijn ingeschreven bij de Raad van Beheer op Kynologisch gebied; 7. die korter dan veertien dagen in de gemeente gehouden worden; 8. die gehouden worden door het Rijk of gemeente ten behoeve van haar diensten en bedrijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel