te bepalen dat de uitzondering van het verbod voor de diensten als genoemd onder II. van dit besluit, slechts geldt indien de volgende voorschriften in acht worden genomen;
de dienst mag slechts door één persoon worden aangeboden;
de diensten mogen slechts worden aangeboden gedurende de periode vanaf tweede Paasdag t/m 30 september, dagelijks tussen 8.00 en 21.00 uur, op zondag tussen 13.00 en 21.00 uur;
geen diensten mogen worden aangeboden:
op het Binnenhof, in de Spuistraat, in de Vlamingstraat en in de passages;
op erkende Christelijke feestdagen alsmede in tijden van openbare rouw;
voor de in- en uitgangen van percelen, alsmede binnen een afstand van drie meter tot die percelen;
in de nabijheid van scholen, gebedshuizen op het moment dat daar bijeenkomsten plaatsvinden of begraafplaatsen;
bij gebouwen, waar door of vanwege de gebruiker aan de uitvoerders te kennen wordt gegeven dat het aanbieden van de diensten aldaar niet op prijs wordt gesteld;
binnen een afstand van 50 meter tot een andere staplaats, waar een dienst wordt aangeboden en/of activiteiten worden verricht zoals bedoeld in artikel 2:9 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag;
bij het aanbieden van de diensten mogen geen elektrische en/of mechanische hulpmiddelen worden gebruikt ter versterking van het geluid;
op een punt mag ten hoogste 30 minuten een plaats worden ingenomen;
onder het publiek mag niet worden gecollecteerd noch mag het op andere wijze worden lastig gevallen;
geen gemeente- of particuliere eigendommen mogen worden beschadigd dan wel verontreinigd;
indien de diensten die worden aangeboden naar het oordeel van Politie Haaglanden dan wel van de ambtenaren in dienst van de gemeente Den Haag (Dienst Stadsbeheer) hinder veroorzaken in welke vorm dan ook en/of als gevolg van het aanbieden van de diensten wanordelijkheden ontstaan, moet het aanbieden van de diensten op de eerste aanzegging van de politie en/of de ambtenaren van de gemeente Den Haag (Dienst Stadsbeheer) worden gestaakt;