Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 9

- Participatieplaatsen en vrijwilligerswerk

Onderdeel van Re-integratieverordening gemeente Doetinchem 2012

Een participatieplaats is bedoeld voor personen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Voor personen jonger dan 27 jaar is ondersteuning in de vorm van een participatieplaats niet mogelijk (artikel 7, lid 8 Wwb). Dit volgt ook uit artikel 9 lid 1van deze verordening. Met het vaststellen van de Wet stimulering arbeidsparticipatie stelt de Wet werk en bijstand regels omtrent participatieplaatsen, waarbij werkzaamheden met behoud van uitkering als voorziening worden aangeboden (in termen van de wet ‘onbeloonde additionele werkzaamheden’). Deze regels zijn op hoofdlijnen ook opgenomen in het beleidsplan Werken werkt! Verder stelt de Wet werk en bijstand in artikel 8 op dit punt eisen aan de door de gemeenteraad vast te stellen verordening, te weten het stellen van regels ten aanzien van opleiding en scholing en ten aanzien van de toe te kennen premie. Artikel 9, lid 2 van deze verordening verwijst naar artikel 10a, lid 5 van de Wet werk en bijstand. De wet geeft wat betreft de uitwerking van deze regels geen nadere voorwaarden. In deze verordening is er voor gekozen om uitgangspunten te benoemen die het college hanteert bij het bepalen van de voorziening. In deze verordening zijn alleen de uitgangspunten opgenomen die voor het bepalen van een opleiding of scholing het meest relevant zijn. Dit zijn: De marktvraag centraal De werkgever stelt eisen aan de werkzoekenden en bepaalt of iemand wel of niet wordt aangenomen. Maatschappelijke instellingen en burgers stellen eisen aan vrijwilligers of klanten die al dan niet met behoud van uitkering bepaalde diensten verrichten. Deze vragen stellen wij centraal. Dit betreft zowel het eisenpakket aan de competenties van de medewerkers als de ondersteunende faciliteiten die wij kunnen bieden om onze klanten te laten voldoen aan deze eisen of om de werkgevers, tijdelijk, te compenseren voor een eventueel verminderde arbeidsproductiviteit. Maatwerk Re-integratie is en blijft maatwerk. Iedere klant is anders en heeft specifieke ondersteuning nodig. Ook is niet voor iedere klant regulier werk in dezelfde mate en in hetzelfde tijdsbestek haalbaar. Bovendien is ook de vraag van de werkgevers mede bepalend voor het bepalen van het meest effectieve traject naar werk. Wij streven er naar om onze klanten, zowel werkgevers als werkzoekenden, zoveel mogelijk maatwerk te leveren. Uitstroom naar algemeen geaccepteerde arbeid: de kortste weg naar werk. Wij richten ons op uitstroom van onze klanten naar regulier werk, waarbij sprake is van algemeen geaccepteerde arbeid. Structurele verbeteringen kansen op de arbeidsmarkt Het uitgangspunt dat iedere klant de plicht heeft om algemeen geaccepteerde arbeid te accepteren, leidt er niet in alle gevallen toe dat de kansen op een structurele onafhankelijkheid van een uitkering van een klant toenemen. Als de mogelijkheden van de klant zich daartoe lenen zullen wij afwijken van dit principe. Voor een klant zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt, die wel in staat is om binnen afzienbare tijd een dergelijke startkwalificatie te behalen, zal overwogen worden om deze startkwalificatie alsnog te behalen. Ook dit is maatwerk, waarbij onder andere vaardigheden en motivatie een rol spelen. Sluitende aanpak, selectieve en effectieve ondersteuning Iedereen die daarvoor in aanmerking komt heeft recht op een activerend aanbod. Wel zullen wij selectief zijn in de ondersteuning die wij bieden. Hier zullen wij ons mede laten leiden door (de zich steeds verder ontwikkelende) kennis over de effectiviteit van de verschillende instrumenten. Zo zullen wij geen ondersteuning bieden aan klanten die naar onze inschatting zonder onze hulp een baan kunnen vinden. Verder zullen wij ons er op richten om klanten ‘in beweging te houden’. Langdurige werkervaringsbanen of participatiebanen achten wij niet effectief. Artikel 9, lid 2 van deze verordening verwijst naar artikel 10a, lid 6 van de Wet werk en bijstand. Ten aanzien van de uitwerking van de regels omtrent de premie, geeft de wet expliciet aan dat deze regels in ieder geval de hoogte van de premie in relatie met de armoedeval dienen te betreffen. De wet schrijft niet voor dat de hoogte van de vrijwilligersvergoeding in de re-integratie-verordening wordt opgenomen. Omdat met vrijwilligerswerk en participatieplaatsen grotendeels dezelfde doelen ten aanzien van dezelfde doelgroepen worden nagestreefd, is er voor gekozen dat wel te doen. De participatiepremie is bepaald op € 623,- (peildatum 1 januari 2012). De vergoeding voor vrijwilligerswerk is bepaald op € 468,- per jaar (peildatum 1 januari 2012) en is hiermee lager dan de participatiepremie. Overweging hierbij is dat er voor klanten een financiële stimulans dient te zijn om vrijwilligerswerk te verruilen voor een (intensievere) participatieplaats. Er zullen aanvullende voorwaarden gesteld worden aan het verkrijgen van zowel de premie voor de participatieplaats als die voor het verrichten van vrijwilligerswerk. Het gaat hierbij in ieder geval om: Een minimumaantal uren dat inzet is gepleegd in het kader van vrijwilligerswerk of een participatie-plaats. Dit minimum zal voor de vergoeding voor vrijwilligerswerk lager liggen dan voor een participatiepremie. Het bepalen dat er niet voor dezelfde periode zowel een vrijwilligersvergoeding als een participatiepremie kan worden ontvangen. Er is voor gekozen om dit niet specifiek in dit artikel op te nemen, omdat deze mogelijkheid om dergelijke regels op te stellen al is opgenomen in de artikelen 7 en 10. Om niet jaarlijks de verordening aan te hoeven passen is er voor gekozen om de hoogte jaarlijks automatisch te laten meebewegen met de bijstandsnormen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel