Voor het parkeren op openbare grond worden verschillende parkeernormen aangehouden van 1,2 tot 2 parkeerplaats per woning. Dit verschilt per woongebied. Een deel van deze parkeerruimte moet op openbare grond worden gerealiseerd. Bij het aanleggen van uitwegen moet daarom voldoende ruimte overblijven voor het volgens de norm benodigde aantal parkeerplaatsen. Om te beoordelen of er voldoende parkeerruimte is wordt er een parkeerdruk onderzoek uitgevoerd. Om de parkeermogelijkheid van de weg/straat/gebied te waarborgen worden de volgende criteria aangehouden.
Als door de aanleg van de uitweg één of meer openbare parkeerplaatsen verloren zouden gaan en de parkeerdruk in het gebied/straat te hoog is wordt geweigerd;
Parkeerdruk:
Waarneming op drie momenten, vrijdagavond, zaterdagochtend en een doordeweekse dag(buiten de reguliere etenstijden). Er wordt dan bijgehouden hoeveel parkeerplaatsen zijn bezet. Hierdoor ontstaat een redelijk beeld van de parkeerdruk omdat dit de pieken zijn voor het parkeren. Als de parkeerdruk < 85% dan is er geen bezwaar tegen het opheffen van een parkeerplaats ten behoeve van een uitweg.
Artikel 7
- Toetsingscriterium art. 2:12 APV: indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats
Onderdeel van Beleidsregels uitwegen