n de Algemene wet bestuursrecht is een volledige paragraaf gewijd aan bestuursdwang, namelijk paragraaf 5.3. Deze paragraaf begint met artikel 5:21 waarin is aangegeven wat onder bestuursdwang moet worden verstaan, namelijk:
De bevoegdheid tot toepassen van bestuursdwang, als neergelegd in artikel 13b Opiumwet, is een discretionaire bevoegdheid. Hiervan kan niet lichtvaardig gebruik worden gemaakt. Uit de jurisprudentie met betrekking tot de bestuursdwangbevoegdheid blijkt dat, juist omdat de toepassing van bestuursdwang soms zeer ingrijpende gevolgen heeft voor de betrokkenen, er aan de motivering van deze beslissingen hoge eisen worden gesteld.
Gebruikmaking van deze discretionaire bevoegdheid wordt pas toelaatbaar geacht als is komen vast te staan dat er sprake is van een verboden situatie. Bovendien moet het belang van daadwerkelijk optreden zorgvuldig worden aangegeven. Daarbij dient de mogelijkheid van het verlenen van een gedoogstatus voor het openbare lokaal waar de overtreding is geconstateerd expliciet in overweging te worden genomen.
Bestuursdwang en last onder dwangsom zijn reparatoire sancties. Anders dan punitieve sancties zijn bestuursdwang en last onder dwangsom niet gericht op bestraffing of leed toevoeging, maar op het ongedaan maken, beëindigen of voorkomen van een overtreding.
Als gezegd heeft een bestuursorgaan dat bevoegd is om bestuursdwang toe te passen, op grond van artikel 5:23 van de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid om in plaats van het toepassen van bestuursdwang de overtreder een last onder dwangsom op te leggen.
Ten aanzien van de uitoefening van artikel 13b van de Opiumwet is er niet voor gekozen de optie van dwangsom als uitgangspunt te nemen. Gelet op de aard van de overtreding wordt een beleid voorgestaan dat de overtreding onmiddellijk ongedaan wordt gemaakt of wordt beëindigd.