Nadat de burgemeester op grond van de informatie tot de conclusie komt dat sprake is van een overtreding artikel 13b van de Opiumwet, besluit de burgemeester te waarschuwen, of over te gaan tot toepassing van bestuursdwang (zie paragraaf 4.4 en 4.5).
De bestuursdwangmaatregel dient te bewerkstelligen: het te niet doen gaan van de naamsbekendheid van de woning of lokaal of het daarbij behorend erf als een plaats waar drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. De feitelijke sluiting is in het algemeen het meest effectieve middel. De duur van de sluiting wordt zodanig gekozen dat dit doel wordt bereikt.
Bij de bepaling van de duur van de sluiting is de voorgeschiedenis relevant. Immers, wanneer na een sluiting toch weer in drugs wordt gehandeld, dan moet daaruit worden geconcludeerd dat kennelijk de “loop” er nog niet voldoende uit is gehaald. Dit rechtvaardigt een langere sluitingsduur bij herhaling van de overtreding. Dit betekent echter niet dat een exploitant tot in lengte van dagen geconfronteerd moet worden met een “misstap” in het verleden.