te bepalen dat de aangewezen wegen en tijden als bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, APV zijn:
het Binnenhof, in de Spuistraat, in de Vlamingstraat en in de passages;
erkende Christelijke feestdagen alsmede in tijden van openbare rouw;
voor de in- en uitgangen van percelen, alsmede binnen een afstand van drie meter tot die percelen;
in de nabijheid van scholen, gebedshuizen op het moment dat daar bijeenkomsten plaatsvinden of begraafplaatsen;
bij gebouwen, waar door of vanwege de gebruiker aan de uitvoerders te kennen wordt gegeven dat het verrichten van de activiteiten aldaar niet op prijs wordt gesteld;
binnen een afstand van 50 meter tot een andere staplaats, waar soortgelijke activiteiten worden verricht en/of diensten worden aangeboden zoals bedoeld in artikel 2:8 van de APV;