**·.** 1. Onder de naam 'belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten' worden terzake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen geheven:
a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een bedrijfsruimte al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
**·.** 2. Bij de gebruikersbelasting wordt:
a. gebruik door degene aan wie een deel van een ruimte in gebruik is gegeven aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;
b. het ter beschikking stellen van een ruimte voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die ruimte ter beschikking heeft gesteld.
**·.** 3. Degene die een in het vorige lid, onder a bedoelde deel of een onder b bedoelde ruimte ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan ter beschikking is gesteld.
Hoofdstuk
Artikel 2
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van belastingen op Roerende woon- en bedrijfsruimtenbelasting 2010