Degene aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft, behalve indien hij tot bepaalde groepen be-hoort, geen recht op bijstand (artikel 13 lid 1 onderdeel a WWB; artikel 42, lid 1 sub g WIJ). Voor de kos-ten van het aanhouden van woonruimte in de periode dat de betrokkene rechtens zijn vrijheid is ontno-men kan in de regel dan ook geen bijzondere bijstand worden verleend. Het behoort tot de eigen verant-woordelijkheid van de betrokkene om ter zake een afdoende regeling te treffen.
Op grond van constante jurisprudentie van de CRvB geldt dat van zeer dringende redenen in de regel slechts sprake kan zijn in geval van een acute noodsituatie, te weten een situatie die van levensbedrei-gende aard is of blijvend ernstig letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben.
In elk geval heeft de CRvB geoordeeld dat het (dreigende) verlies van woonruimte tijdens de deten-tie onvoldoende is om te kunnen spreken van een acute noodsituatie.
De situatie waarin sprake is van ernstige consequenties voor de psychische gezondheidstoestand van de belanghebbende, kan wel onder het begrip "acute noodsituatie" vallen Beleidsregel: Doorbetaling vaste lasten bij detentie. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor het aanhouden van de woning tijdens detentie. Dit volgt uit het algemene verbod op bijstandsverlening aan gedetineerden (artikel 13 lid 1 WWB; artikel 42, lid 1 sub g WIJ).
Eventueel met hulp van de reclassering, zal de gedetineerde zelf zorg moeten dragen voor het (kunnen) aanhouden van de woning door tijdige reservering voor deze kosten, het afsluiten van een lening of het tijdelijk (onder)verhuren van de woning.
Slechts in het geval van zeer dringende redenen (artikel 16 lid 2 WWB), waaronder ook ernstige conse-quenties voor de psychische gezondheidstoestand van de belanghebbende worden begrepen, kan van het verbod op bijstandverlening worden afgeweken.
Hoofdstuk 10
Artikel 10.8
Doorbetaling vaste lasten bij detentie
Onderdeel van Handreiking Bijzondere bijstand en Voorzieningen voor minima 2012 Gemeente Neder-Betuwe