Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 12.3

Witgoedregeling langdurige minima

Onderdeel van Handreiking Bijzondere bijstand en Voorzieningen voor minima 2012 Gemeente Neder-Betuwe

Vooral personen die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen, blijken niet in staat om voor de vervangingskosten van zogenaamde wit- (en bruin-)goed te reserveren. Aan personen ouder dan 21 jaar, met gedurende tenminste 3 jaar een inkomen op minimumniveau en zelfstandig wonen, kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de vervanging of reparatie van duurzame gebruiksgoederen. Indien wordt voldaan aan die voorwaarden wordt bijzondere bijstand ‘om niet’ verstrekt. De omstandigheid dat de aanvrager al 3 jaar of langer een minimuminkomen heeft wordt als bijzonder aangemerkt. Daarom dient voor de toepassing van de regeling voor witgoed uitgegaan worden van het volgende: indien een belanghebbende in de afgelopen 4 jaar al 3 jaar is aangewezen op een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm wordt verondersteld dat dit inkomen geen mogelijkheid meer biedt om te reserveren of gespreid achter af te betalen. Gemiddelde vervangingskosten van duurzame gebruiksgoederen kunnen per 3 jaar vastgesteld worden op € 500. Verlening van deze bijstand in deze kosten kan in vervolg op deze aanname één maal per 3 jaar plaatsvinden. Bijzondere bijstand o.g.v. de witgoedregeling kan alleen verstrekt worden als de noodzaak van de aan-schaf / vervanging door de behandelende ambtenaar vastgesteld is. Bijstand wordt verleend tot het be-drag volgens de aanvraag en overgelegde (pro-forma) nota doch met het maximum van € 500 per 3 jaar. Ingeval de kosten minder bedragen dan € 500 wordt de bijstand verleend in de vorm van een declaratiebudget. Dat wil zeggen dat bijzondere bijstand wordt verleend voor noodzakelijke aanschaf en/of vervanging van witgoederen in één periode van 3 jaar en dat uitbetaling in één of meerdere termijnen plaatsvindt naar aanleiding van overlegging van de (pro-forma) nota tot het totale bedrag van € 500. Uitvoeringstechnisch betekent het dat de aanvrager voor deze kostensoort maar één maal per 3 jaar een aanvraag hoeft in te dienen, één maal een toekenningbeschikking krijgt, op basis van declaratie(s) en (pro-forma) nota de betaling(en) vraagt en ontvangt en per betaling een uitvoeringsbeschikking krijgt in welke de hoogte van de uitbetaling wordt vermeldt. Bij niet besteding van het volledige declaratiebudget vervalt na 3 jaar het recht op het niet bestede be-drag. De term Witgoed wordt hier gehanteerd om het onderscheid aan te geven met de hiervoor weergegeven beleidsregel voor duurzame gebruiksgoederen die ook van toepassing is als er geen sprake is van langdurige minima. Beleidsregel: Witgoedregeling (duurzame gebruiksgoederen). 1. Bijzondere bijstand in duurzame gebruiksgoederen, waarmee hier specifiek Witgoed wordt bedoeld, op aanvraag en 'om niet' verlenen zodra belanghebbende(n) in een periode van 3 jaar of langer een inkomen heeft van maximaal 110% van het geldende bijstandsniveau, welke periode ligt binnen 4 jaar voorafgaand aan de aanvraagdatum 2. Een normbedrag van € 500 vaststellen als vergoeding voor deze kosten eenmaal per 3 jaar. 3. Toetsing van de noodzaak en feitelijke doelbesteding uitvoeren 4. Op deze regeling de in deze nota voorgestelde draagkrachtregeling toepassen. 5. Bijstand toekennen in de vorm van een declaratiebudget.

Rechtspraak bij dit artikel